Massage-methode naar Dr. Pressel

pressel_stefan

De duitse arts dr. med. Simeon Johannes Pressel (1905-1980) heeft zijn massage in velen jaren van dagelijks werk tot een instrument voor diagnose, om te genezen en voor de preventieve behandeling ontwikkeld. Zijn inspiratiebron was de anthroposophie van Rudolf Steiner. Tegenwoordig wordt de massage ietwat in verborgenheid, maar toch op vele plaatsen en op verschillende methoden uitgeoefend.

De hier volgende links zijn als een samenhangende tekst geschreven en slechts voor het makkelijker lezen in links opgedeeld.


Algemene gezichtspunten

Beinmassage

De dynamiek van deze massage vereist, dat men bij de eerste behandeling alleen de benen en de ondere rug (stuitbeen) masseert, bij de tweede behandeling uitsluitend rug en armen. Op deze manier wisselt men in verloop der verdere behandelingen af tussen „beenmassage" en „rugmassagen" af.

De beenmassage betoont de stroom van de voeten naar boven. De rugmassage vordert de stroom van het hoofd naar beneden.

In de taille ligt dus een onzichtbare grens voor de handen van de masseur, maar de werking der behandeling stroomt ook door tot de niet-gemasseerde lichaamsdelen.

Dr. Pressels woorden over deze indeling: „Als men van twee kanten tegelijk in een buis blaast staat alles stil!" Een wezenlijke impuls van deze massage is juist, een stroom in beweging te zetten en de in elk mens aanwezige innerlijke energie tot vrijere stroming aan te leiden, naar boven, naar beneden, tussen voeten en hoofd. Deze zelf-genezende kracht kan heel verschillend ondervonden worden,b. v. als warmte (de doorbloeding wordt beter ), als een lichter worden, als ontspanning (in de spieren), als vermoeidheid (wanneer ballaststoffen uitgescheiden worden) als initiatief-kracht of als lichtere stemming in de ziel, als muziek of aanwezigheid voor de geest.

De compositie van en behandeling kan men goed vergelijken met een symfonie, die milde en licht begint, beweeglijker en sproeiende wordt, dan innig naar binnen luisterend, dan daarna wekkend en zo verder in verschillende stemmingen en rythmen, tot ze ten slotte in harmonie en bezinning uitklinkt.

Ook pausen behoren in de compositie, even zo het rusten daarna.

Hieruit kan men afleiden, dat de beleefde, beweeglijke levensstroom niet alleen op gang gebracht wordt, maar ook gevormd met ordenende, vormende impulsen.

De masseur werkt ten dele met de vingertoppen, ten dele met de handvlakten, kruiken en de zuigklokken.

Het zetten van zuigklokken is min of meer in vergetenheid geraakt en wordt tegenwoordig in de natuurgeneeskunst weer ontdekt. Het is een kunst op zich zelf, die de massage voorbereid en ondersteunt.

Iedere behandeling wordt de individuele behoeftes van de patient aangepast,b. v. in de betrekking tot duur en intensiteit. Daar echter deze massage vooral het gezonde ondersteunen wil is de masseur weinig geneigt, zich op probleemgebieden te concentreren. We vertrouwen er liever op, dat een gestoord evenwicht zich herstellen, reguleren kan als het gezonde, vloeiende op gang komt en zijn weg vindt, ook aan de probleemgebieden!

Een door slik gesperde beek kan men natuurlijk met een schep uitgraven. Maar men kan net zo goed met een stok een spoor in het slik trekken: het water begint te vloeien en als men deze kleine stroom in beweging houdt, kan hij zelf de stroming verder in beweging houden en langzaamaan weer een beek worden, levendig zoals zijn wezen verlangt.

De zin van deze massage is, dat de geordende stroom een levendige ondergrond biedt voor een wekroep en een gezond ingrijpen van ziel en geest.

Daar zich deze massagetherapie tot het gezonde in de mens wendt, maar ook tot het bewustzijn, de wil zichzelf met zijn problemen objectief bezig te houden en uiteen te zetten, daardoor is ze voor alle vormen van ziekte aangebracht, in zo verre de patient voor zo'n bewustzijns-activiteit bereid en in staat is.

Voor kinderen -tot aan de puberteit- en voor verzwakte mensen moet ze in elk geval aangepast en verwandeld worden.


De naam

Een geliefd kind heeft vele namen" zegt een zweeds spreekwoord. Zolang Dr. Pressel leefde sprak men van „de massage" en als hij om een duidelijkere benoeming gevraagd werd ging hij er niet op in. Definitief wees hij Presselmassage af wat hem veel te persoonlijk voorkwam en ook tot verkeerde voorstellingen zou kunnen voeren (pressende grepen). De naam „Strömungsmassage" beviel hem net zo min als „dynamisch" en "rythmisch", „omdat een massage, die niet stromend, dynamisch en „rythmisch" is, geen goede massage zijn kan", zo zijn mening.

Aangezien Dr. Pressel zich voor zulke formaliteiten weinig interesseerde, stonden na zijn dood zijn navolgers voor het dilemma van een zeer grote keuze-vrijheid! De naam „Massage naar Dr. Pressel" is wel wat omslachtig, maar toch zakelijk juist en komt het meeste overeen met zijn gezichtspunten.


Eerste praktijk en oorlogstijd

Na zijn schooltijd (met ca. 17 jaren) kreeg Dr. Pressel eens massage en daarmee de impuls, zich later met massage bezig te houden. Hij studeerde medicijnen, werd arts voor natuurgeneeskunde en later voor homöopathie als specialiteit en liep stage in Jena in de kliniek voor natuurgeneeskunde. Hij promoveerde op het thema Syphilis. In zijn eerste praktijk in Bayreuth, vanaf 1933, werden al de meeste patiënten gemasseerd, waarschijnlijk ook op de zij (zie foto).

Een oude vroedvrouw leidde hem toendertijd in het zetten van zuigklokken in, in een tijd, als in Duitsland deze methode volkomen vergeten was, en waarmee hij veelzijdige ervaringen zou opdoen!

In deze tijd leerde hij de Anthoposophie kennen, die hem dan voor het gehele leven tot leidster werd. Hier ontstond ook zijn diepe verhouding tot de eurythmie en de heil-eurythmie, die hij nog een leven-lang verdiepte en zijn patiënten verschreef. Later kwamen er noch vele andere kunst-terapieën bij. Zo naam hij deel aan cursussen in schilderen, plasticeren, Werbeck-zingen en Bothmer-gymnastiek enz.

Een lidmaatschap in de Anthrop. Vereniging streefde hij toendertijd nog niet aan, zoals uit mondelinge mededelingen bericht wordt, zolang in de Vereniging problemen leefden, waar hij geen deel aan wilde nemen.

Hij sprak later zo goed al nooit over de oorlogstijd en de mensen in zijn omgeving wilden hem niet tot spreken dringen.

Hij was met de arts Anneliese Rausch getrouwd, ze hadden twee kinderen, een muzikaal hoogbegaafde jongen en een door inenting zwaar gehandicapt meisje. Alle drie kwamen door bommen om, in April 1945.

In de oorlog werd hij aan het front in Polen ingezet in een veldlazaret. Enkele handgeschreven schriften met teksten van Rudolf Steiner, Goethe en Novalis begeleidden hem tot na zijn terugkeer! In het lazaret kon hij verwonde soldaten verzorgen, maar niet in zijn zin genezen. Hij werd gedwongen, steeds een handgranaat bij zich te dragen maar heeft ze nooit moeten gebruiken.

Ongeveer twee weken voor het einde van de oorlog werd hij gevangen genomen door het russische militair. Om dit tijdstip kwamen ook zijn vrouw en de kinderen om wat hij pas later in het gevangenenkamp ervoer. Hij vertelde eenmaal, dat hij zo dankbaar was, dat hij nooit -noch aan zich noch aan zijn medegevangenen- geweld had beleefd. Zijn begaving voor talen heeft er wel toe bijgedragen, dat het in het kamp enigszins menselijk toeging, doordat hij zich al gauw genoeg russisch aangeleerd had om met de officieren en gevangenwachters in gesprek te kunnen treden. Met een viool kon hij zijn medegevangenen kultureel aanspreken. Ze werd hem in het geheel drie keer weggenomen en hij kon net zo vaak met zijn tabaksratie, die hij voor zich zelf niet gebruikte, terugveroveren!

In deze drie en half-jarige gevangenschap had hij de opgave een ziekenbarak van het kamp te verzorgen. Hier werd nu de rugmassage als een van zijn hulpmiddelen ingezet en verdiept.

Medegevangenen werden als helpers aangewezen. Veel werd daarbij nieuw ervaren, alhoewel er geen massagebank, dekens, handdoeken of olie waren; er werd gevroren en gehongerd in de door luizen belagerde ruimte. Ook was aan geen rust te denken. Toch kwamen nog vele jaren later uit alle hoeken der wereld brieven van vroegere gevangenen, die zich dankbaar herinnerden aan deze tijd in het lager, die hij door zijn inzet en geestelijk streven verlicht had. (b. v. werden er sprookjes en Faust samen gelezen).


De praktijktijd in Stuttgart

massage_pressel

Na de terugkomst uit Rusland (1948) begon Pressel als schoolarts te werken in Stuttgart in de Waldorfschool in de Haussmannstraat. In deze fase ontstond de kuitmassage. Kinderen en jonge mensen waren door de oorlogsbelevenissen getraumatiseerd en in hun contact met „moeder aarde“ gestoord, wat zich door verschillende symptomen uitte. Door de kuitmassage werden ze weer „op hun voeten gezet“ en konden hun gesprek met de aarde nieuw beleven.

Spoedig merkte Pressel dat de kuit fundamentele aspekten over de gehele mens uitspreekt, wat de diagnostisch aanzet van de rugmassage afrondde.

Vanaf dat moment is wel deze principiële afwisseling van benen- en rug-massage richtinggevend geworden. Pressel hield zich streng daaraan: eenmaal de benen, eenmaal de rug, met minstens drie nachten daartussen om te verwerken wat in beweging gebracht werd. (Zeer zelden maakte hij een uitzondering met een rythme van 2 op 1 enkele malen na elkaar, als dat uit een bepaalde situatie nodig bleek te zijn.).

Later in de cursussen konden geen driedaagse pauzen tussen de behandelingen zijn, maar er werd vanzelfsprekend eerst aan de benen geoefend, de volgende dag dan aan de rug, e. z. v.

Tot dit grondprincipe , gefundeerd op het antroposophische mensbeeld behoort ook, dat bij deze manier van behandeling been- en rugmassage niet gecombineerd kunnen worden, dat er zo te zeggen een onzichtbare grens in de taille gerespekteerd wordt.

Over de zin van deze grond-elementen (het gescheiden houden van de „onder en boven“mens, de wissel tussen been- en rugbehandeling, waarbij altijd met de benen begonnen wordt) schrijft Lies Pressel uitvoerig in haar artikel (zie literatuuraangifte).

Wat niet voor andere vormen van massage met andere grepen en andere doelen geldt is voor de massage van Pressel grondelement: beenbehandeling en rugbehandeling werken in hun tegenoverstelling naar elkaar toe: ze vormen zo pas in de afwisseling een heilzame pendelslag. Bovendien geeft de lemniskaat weer (zie afbeelding) dat wat boven links is, beneden rechts te vinden is in gemetamorfoseerde vorm, en omgekeerd (rechts boven/ links onder). Om dit waar te nemen dient de masseur een zeer geoefend, sensibel waarnemingsvermogen te ontwikkelen, wat bij de verschillende mensen verschillend lang duurt.

Eigenlijk wordt alleen de achterkant van het lichaam gemasseerd,waar de invloeden van de verhardende krachten aangetroffen worden. Sommige gebieden zijn bijzonder wezenlijk, waarbij anderen alleen spelend omhuld of geheel weggelaten worden. Het zwaartepunt ligt op de achillespees en aan de randen der kuitspieren, verder aan het sacrum (kruisbeen), aan de trochanter met de heupbeenkam en ten slotte aan de ruggenstrekkers beginnend ongeveer iets boven de nierenhoogte, tot aan de schedelbasis met bijzondere nadruk op de zevende halswervel.

Het gaat dus niet om een wellness- behandeling, maar naar het motto „less is moore“, om doelbewust de vormkrachten van het lichaam aan te spreken.

Hier wordt een wezenlijk element van deze massage duidelijk: wat aan de ene plek gedaan wordt heeft zijn uitwerking op een andere plaats. Ook wordt hierbij waargenomen, wat op de andere plaats zijn oorsprong heeft. Een vlechtwerk van samenhangen begint te spreken en de opmerkzame therapeut werkmatigheden aan te wijzen.


Impulzen

In de jaren 1950 – 1958 was Pressel meermaals in Holland bij Dr. Lievegoed ter verdieping der anthroposophisch-medische werkwijze. De door Dr.Lievegoed uitgewerkte wetenschap over de zeven planeten-kwaliteiten werd al gauw tot geestelijke kern der massage. Op patiënten-avonden trachtte Pressel aan zijn toehoorders iets van hun wezen over te brengen, waarbij hij twee zich in tegenstelling staande karakters per avond schilderde. Hier is te denken aan de anthroposophische visie van de planeten-krachten, die in wezenlijke elementen in natuur en mens als een kosmische zevenheid hun uitwerking vinden. Hun verschillende stemmingen kan men in de massage laten vloeien (dus geenszins astronomisch of astrologisch). Pressel streefde een oefenend-bewust handhaven der verschillende greepkwaliteiten aan. Hij sprak over de planeten als „leraren“.

In 1958 kwam door de samenwerking met Elisabeth van Schouwen ( de latere Lies Pressel ) een nieuw element in zijn behandeling. Zij stelde hem voor, zijn massage enkele grepen uit de massage van Dr. Hauschka toe te voegen. Dit werd door Pressel graag opgepakt. Door haar opleiding in deze massage had Lies Pressel therapeutische ervaringen verzameld en zag, dat Pressel bijna alleen werkte met greepkwaliteiten die onder masseuren als „friktionen“ toegepast worden, dat wil zeggen: met de vingertoppen. Deze werking is diep en wekkend, heeft een duidelijke betrekking tot de z.g. bovenzonnige planeten. De onderzonnige planeten werken meer in de omhullende en stromende grepen van Dr. Hauschkas massage. Deze kwaliteiten kwamen dus, van dit moment aan, mede dragend in Pressels praktijk, waardoor de behandeling wezenlijk langer werd.

In Bayreuth werden vaak ca. 30 patiënten per dag behandeld. De behandeling werd zeer doelgericht uitgevoerd. Het ging daarbij ook altijd om een snel doorschouwen van de akute gezondheidstoestand. Pressel had een eminente begaafdheid tastend in het weefsel het wezen en daarmee het wezenlijke waar te nemen voor de diagnose en daaruit de verdere behandeling te kiezen. Dat was een door en door heldere, bewuste aktiviteit, verre van iedere vorm van „atavistische helderziendheid“.


Definitieve vorm

Massage nach Dr. Pressel

In het begin der 60-er jaren ontstond ook de kruismassage (zie afbeelding) die aan de kuitmassage werd toegevoegd en later door de behandeling van heupgewricht en „heupbeenkam“ uitgebreid werd.

Hier moet gezegd worden, dat de massage van Pressel wel is waar volkomen onder zijn verantwoording stond, maar wat menige inhoud en verloop betreft ook sterk door Lies Pressel gekleurd werd b. v. de kruismassage, maar ook wat de diepere begrippen van samenhangen betreft.

Door de samenwerking met Lies Pressel kwam dus, behalve nieuwe grepen ook een geheel ander tijd-aspekt in deze therapie , pauzen ontstonden als natuurlijk gevolg, waardoor de patiënt een verdieping der werking beleven kon. Er werd een afloop ontwikkeld , die dan over 20 jaren dagelijks het werkschema vormde: Ca. alle 45 minuten kwam een patiënt; deze werd door Lies Pressel ontvangen en op de massagebank toegedekt. Ze begon met een inleidende, warmende en losmakende massage. Dan nam Pressel de patiënt over voor de dieptebehandeling om dan weer aan Lies Pr. over te dragen, die de nabehandeling maakte, als afronding, indien nodig met een orgaan-massage naar Dr. Hauschka. En eventueel een injektie. Overigens was het Pressels ervaring, dat een injektie in samenhang met een voorafgegane massage veel dieper werken kan als wanneer dit separaat gegeven wordt. De patiënt bleef nog rusten, terwijl de volgende patiënt in de andere praktijkkamer zijn behandeling kreeg. De massage zelf duurde dus hoogstens 45-50 minuten om de patiënt niet te veel te belasten: het narusten kon verdere 15 -20 minuten duren wat zeer werkzaam is.

Indien mogelijk werd in het begin der therapie twee maal in de week behandeld, dan wekelijks en later, al naar verloop der reacties van de patiënt, alle 14 dagen. Zo maakten dan de „gevorderden“ patiënten plaats voor de nieuwen.Voor zover het mogelijk was het te regelen werd iedere patiënt een vaste termijn gegeven, zodat hij steeds op de zelfde weekdag en het zelfde uur kwam, naar het motto: Rythme vervangt kracht!“, maar ook om het rythmische systeem de bovengenoemde ordenende impulzen te geven.

Een ongeveer 15-urige werkdag was meer regel dan uitzondering, tot aan Pressels levenseinde. Patiënten die van ver weg kwamen kregen b. v. alle zes weken een „ondere“- en een „boven“massage met slechts een nacht daartussen. Dat was alleen mogelijk bij patiënten die al een langere normale behandelingscyclus doorlopen hadden, waardoor het lichaam geleerd had hoe het met de massagewerkingen moet omgaan, d.w.z. de reacties op de geconcentreerde geneesbehandelingen zelf te verwerken. Het zelfde gold voor de z.g. „bliksembehandeling“ voor te laat komenden.We zien dus een heel ander scenario als het vandaag in vele therapeuten en in ziekenhuizen gebruikelijk is, waar de idee van rentabiliteit de masseuren wil voorschrijven, steeds sneller en rationeler te werk te gaan. Hier wordt het tijd-aspekt als genezingsfaktor niet opgemerkt en gehandhaafd.


De uiterlijke situatie

In de samenwerking van Dr. en Lies Pressel kwamen onderbrekingen voor doordat tussen 1960 en 1969 vier kinderen geboren werden, die in het zelfde huis opgroeiden waar de patiënten in en uit gingen.

De meesten patiënten waren vertrouwd met de familiesituatie daar ze door vele jaren, sommigen enkele tientallen jaren, regelmatig voor consultatie en massage kwamen.

Een wezenlijke zin van deze behandelingsreeks was, preventief te werken, gezondheid te sterken en algemeen sterkende levensbegeleiding te geven. Dit werd door vele patiënten waargenomen en bij b. v. griepepidemie viel het op, dat in de praktijk nauwelijks acute zieken waren. Het kwam ook uiterst zelden voor, dat Pressel in de nacht of op weekeinden patiënten te verzorgen had. Dit mag voor een buitenstaander vreemd en aanmatigend klinken. Maar men kan denken aan het gezondheidswezen in Indien, waar sinds de oudheid de huisarts betaald wordt zolang de mens gezond is: in geval van ziekte behandelt de arts zonder betaling! Daardoor heeft zich daar een geneeskunde en kultuur ontwikkeld, die weet, hoe men mensen gezond houdt! De massage van Pressel kan men als een europeïsche variante daarvan zien.

Lies Pressels woorden over de financiële kant van deze werkwijze was: "Simeon Pressel was nooit van de overtuiging weg te brengen, dat hij „fonds-arts“ moest zijn, zodat ieder zijn behandeling kon hebben. Dit leidde tot een bescheiden inkomen: van het toch al zeer magere fondshonoraar werden hem steeds weer een derde deel afgetrokken, omdat hij niet „economisch“ werkte! „Ik ben geen zakenman: ik ben arts“ was zijn parool, wat toen al geen indruk maakte op het ziekenfonds. Pas toen een arts, die de afrekeningen controleerde, bijna drie maanden regelmatig in het spreekuur kwam en in de wachtkamer steeds de zelfde mensen aantrof, hun gesprekken hoorde, meebeleefde, dat het werkelijk minstens een half uur duurde tot hij klaar was, kwam iets van tolerantie van de ziekenfondsen. Dit duurde niet zeer lang, daar de genoemde arts wegging. Een kleine toeslag van DM2,50 te verlangen werd door de artsenkamer meteen geblokkeerd met de bedreiging, van de fondsen uitgesloten te worden. Dat zou tegen Pressels principes geweest zijn, dus bleef alles als van ouds! Zijn motto was: de dienst aan de patiënt, niet de verdiensten. Inderdaad vertelde hij, dat hij als dertienjarige jongen een idee met volgende inhoud had: “Wil je heer(ser) worden, moet je anderen dienen“."


Dr. Hauschka en Dr. Pressel

Lies Pressel werd in meerdere cursussen door Olga Smits (die overigens in de jaren voor de oorlog meermaals bij Dr. Pressel gehospiteerd had) in de rythmische massage van Dr.med.Margarethe Hauschka opgeleid. Deze cursussen vonden plaats op Schloss Bingenheim en in Stuttgart. In deze tijd was er nog geen school voor Hauschka-massage in Boll, maar in de kring om Dr. Hauschka leefde de sterke wens, een school en daarmee samenhangend een opleidings-mogelijkheid voor kunstzinnige therapie in het leven te roepen. Pressels werkmethode was hier niet onbekend, werd echter afgewezen. Men vond het niet therapeutisch, door een massage ook het astraallichaam en het Ik van de patiënt aan te spreken. Lies Pressels medewerking bij Pressel werd dan ook niet begrepen in deze kring. Hauschka zelf schatte Pressel zeer. Dit voerde in 1978 eenmaal tot een uitnodiging van Hauschka, zijn planeten-voordracht voor een afsluitende groep leerlingen te houden, wat hij graag aanvaarde. Hauschka uitte daarna de wens, dat hij dat in de toekomst bij elke afsluitende groep zou doen. Deze wens werd door het collegium van Hauschka niet ten uitvoer gebracht, zodat het bij deze ene keer bleef!

Hauschka en Pressel, beide masserende artsen, stonden elkaar in hun dienende, beschijdene, maar ook kunstzinnig-spirituele karakter menselijk zeer na: ze stierven beide in 1980.


Ontstaan en uitbreiding der cursussen

Collega’s schonken Pressels werk tijdens zijn leven zo goed als geen aandacht. Een waardevolle uitzondering was de arts uit Beieren, Gretl Stritzel (1912-2003), die serieus interesse had en in de laatste jaren van zijn leven enkele malen in het jaar meerdere dagen in de praktijk meewerkte, om de antroposofisch-medische denkwijze en de massage te leren. Aan haar dringende vraag naar cursussen is het te danken dat dit idee duidelijk vorm aannam en dat in 1977 de eerste cursus gehouden werd. Pressel vond het bezwaarlijk zijn patiënten een week alleen te laten om een cursus te geven en wilde daarom hoogstens één week daarvoor de tijd nemen. Aan de andere kant wilde hij veel doorgeven van wat hij zelf kon en wist. Voor hem betekende de massage de mogelijkheid ziekten  te diagnosticeren, te genezen en eventueel te voorkomen. Dit was voor hem de  aanleiding dit alles door te geven zoals het zich als werkzaam bewezen had, ook als er verder geen of nauwelijks middelen ter beschikking staan. (Zie ook de beschrijving van zijn Russische gevangenschap).

Wanneer men bedenkt dat vele antroposofische en andere natuurgeneeswijzen als niet werkzaam afgedaan worden en werden, en de mensen er tegelijkertijd onder lijden dat allopathische middelen hen door bijwerkingen belasten en / of niet verdragen werden en worden, komt deze “eenvoudige” mogelijkheid mensen te behandelen nieuwe betekenis toe. Pressel bracht dit als volgt onder woorden: “Er kunnen situaties ontstaan waarin we niets anders hebben dan onze handen, en dan moeten vele mensen weten wat ze daarmee kunnen bewerkstelligen." Misschien is de toekomst niet meer zo heel ver dat de farmacie ons niet meer verder kan helpen. 


Vanaf 1977 werden enkele cursussen van een week en een paar weekeinden gehouden. Pressel onderwees,  Gretl Stritzel  en Lies Pressel hielpen daarbij. Deelnemers waren ten dele professionele therapeuten, ten dele heilpedagogen en ten dele huisvrouwen die hun familie daarmee wilden verzorgen. Het aantal deelnemers bedroeg zes tot negen personen, wat ook nu nog als maatstaf geldt, aangezien het leren van de wezenlijke, fijne nuances en bewegingen­-afloop  een zeer intensieve  controle van de cursusleider verlangt en in grote groepen niet meer is te overzien. Deze cursussen vielen in de laatste levensjaren van Pressel en in het eindstadium van zijn ziekte (kanker). De laatste cursus van vier dagen gaf hij een week voor zijn dood.

Door zijn soevereine en vanzelfsprekende aanwezigheid en concentratie op het “hier” en “nu” kwam in die tijd  bij niemand de vraag op hoe deze cursussen zich verder zouden moeten ontwikkelen en welke problemen na zijn dood te verwachten waren. Lies Pressel  vroeg hem op zijn sterfbed of hij er voor was dat zij verder zou gaan met masseren, wat hij met heftig knikken met zijn hoofd beantwoordde. (Spreken kon hij niet meer)

Zijn sterven in 1980 riep grote radeloosheid op, aangezien niets was voorbereid of besproken. Omdat Lies Pressel nu al gauw door “zijn” patiënten gevraagd werd  hen te behandelen, voerde ze de overeengekomen opdracht uit in de vorm van een kleine particuliere  massagepraktijk. Hier pas merkte ze hoeveel ze in al die 22 jaren van zijn weten en kunnen had opgenomen en nu zelfstandig kon toepassen.

Gretl Stritzel had al enkele jaren een eigen praktijk in Beieren waar ze ook masseerde. Na de dood van  Pressel kreeg zij een grote behoefte de massagecursussen meteen zelf te geven. Dit was voor Lies Pressel  voorlopig een te grote stap. Zo kwam het dat Lies Pressel en Gretl Stritzel van toen af verschillende wegen gingen, en zich in de voortzetting van de massage twee stromingen vormden , die zich ten dele van elkaar verwijderden en ten dele parallel liepen.

Zoals dit bij soortgelijke vertakkingen gebruikelijk is, staat de buitenwereld tegenover dit fenomeen ietwat verward en verbaasd.

Het is intussen gelukt de verschillen in opvatting zo ver te overbruggen, dat Lies Pressel, die het werk van dr. Pressel verder voortzet, en Thea Friemel, die de versie van Gretl Stritzel vertegenwoordigt, een dialoog voeren die stap voor stap tot wederzijds begrip voert.


Lies Pressel Cursussen

Vanaf 1982 begon Lies Pressel ook met het geven van cursussen. Ze vat haar ervaringen als volgt samen:

Eerst gaf ik de cursus naar het 'oerbeeld' van één week. Na een week cursus volgde ½ jaar pauze (om te oefenen). Al gauw merkte ik dat één deelneemster zich na één week voor ´Presselmasseuse´ uitgaf en verder geen cursussen meer volgde. Daar ik mij tegenover de patiënten verantwoordelijk voelde en voel, was dat voor mij een groot probleem.

Bovendien merkte ik snel, hoe onzeker een leerling na een week is als ze aan een mens moet oefenen. Een ervaren collega raadde me aan, drieweekse cursussen aan te bieden. Dan zijn de leerlingen toch al iets zekerder en nemen meer aan basiskennis mee en bovendien komen alleen diegenen als deelnemers die het ernstig menen en niet alleen willen ‘snuffelen’ . Zo werd het veranderd en al gauw kwam de opmerking na drie weken:”Ach, als we nu nog een week zouden hebben, dan zou het goed zijn!” Ook daarop ben ik ingegaan. Maar in de loop van de tijd werd het steeds moeilijker van de geïnteresseerden te verlangen dat ze vier weken thuis en in hun werkkring verstek moesten laten gaan vooral omdat het veel moeders met kleine kinderen waren of mensen die de cursus niet als beroepsopleiding konden laten gelden. Zo werd het leerplan wéér veranderd.  Drie weken als begin, drie maanden om te oefenen, twee weken cursus, drie maanden pauze, acht dagen met een seminar onder leiding van een arts en een “examen”. In de huidige situatie is ook dat alweer voor velen te lang.

Daarom is de tijdindeling als nu volgt:Vier maal twee weken cursus, steeds met ca. drie maanden ertussen om te oefenen, afgesloten met een seminar en een ”examen”.

Deze tijdindeling heb ik ook in anderen steden en in het buitenland ingevoerd. De ervaring leert, dat twee weken in het begin weliswaar knap zijn, maar toch voldoende zekerheid bieden om zelfstandig te oefenen. In de tweede en derde periode worden vele extra grepen geleerd, die ik ten dele uit de Massage van Hauschka meegebracht heb, zoals ook de orgaan-inwrijvingen.

Voor dit gedeelte van de behandeling moet een volkomen ander gebruik van de eigen handen geoefend worden. Aan dit verschil wordt bijzonder veel aandacht besteed. Ze moeten begrepen en geoefend worden.

Hun tegenoverstelling maakt hen onovertroffen in hun samenwerking.  Maar alleen een alomvattende en grondig opgeleide hand kan deze bijzonderheid tot zijn recht laten komen. De achtergronden van deze massage kunnen ontdekt worden in de kwaliteiten van de zeven planeten, die we in dagelijkse gesprekken proberen beter te begrijpen en ons eigen te maken.

Ook wordt in de derde en vierde periode veel aan voorbeelden en problemen van de patiënten gewerkt om samenhangen te leren begrijpen en de compositie van deze therapieprocessen zowel praktisch als ook theoretisch te leren doorgronden. Men kan van een compositie spreken met vele klankkleuren die door elke masseur op den duur een eigen timbre krijgen. Door jarenlang oefenen worden de handen steeds sensibeler en geven de impulsen steeds subtieler door, zodat uit een massage een kunstwerk kan ontstaan: “geneeskunst”. Dit gaat natuurlijk ver boven een cursus uit. Duidelijk is dat elke masseur op den duur zijn eigen handschrift krijgt. Dit is een goed teken, als daarbij de grondstructuur en de grondintentie zo goed mogelijk verinnerlijkt zijn zodat geen vervalsing ontstaat. Bij elke verandering moet de masseur zich zeer bewust zijn van het waarom en hoe. Dan kan het nieuwe eigene een echte verrijking worden. De ideale cursusvorm is naar mijn inzicht drie weken als begin, twee maal twee weken, en ten slotte acht dagen met seminar met een arts en een “examen”. Telkens met ca. drie maanden pauze om te oefenen. Dat is niet te lang en eventuele fouten zullen nog goed te corrigeren zijn. 
Eén maal per jaar is er een ontmoeting voor een zgn. Masterclass, ook met een arts, oefeningen en gesprekken. 
Vele mensen hebben de grote wens te kunnen helpen. Strenge zelfdiscipline en offerbereidheid zijn daarvoor een voorwaarde. De cursussen brengen dit duidelijk onder de aandacht.

Het was Pressels overtuiging dat voor het leren van deze massage principieel geen medische kennis nodig is. Voor hem was echter wel belangrijk een grondige kennis van het antroposofische mensbeeld, vooral de zogenoemde wezensdelen . Ook zijn een lichamelijke gezondheid en een stabiele ziels-structuur vereist. Beslissend voor Pressel was, dat aan ieder, die een geneesimpuls in zich draagt,  de middelen ter beschikking gesteld worden die hij dan kan gebruiken.


Het zetten van zuigkoppen

Massage nach Dr. Pressel

Ten minste voor de eerste twee inleidende behandelingen worden zuigkoppen gezet, bij de beenbehandeling op het onderste gedeelte van de rug onder de taille, bij de rugmassage tussen de schouderbladen. Hoe veelzijdig dan bovendien  het zetten van zuigkoppen door Pressel  werd toegepast is beschreven in zijn artikel daarover in het boek Bewegung ist Heilung, waarin hij ook spreekt over de geschiedenis van de zuigkoppen, en een beeld schetst van deze oude kunst. Zelf gebruikte hij graag een spiritusvlam, zoals hij het van een oude vroedvrouw geleerd had. 
Zuigkoppen worden tegenwoordig in veel verschillende vormen aangeboden en zijn ook voor niet geroutineerden gemakkelijk te bedienen.